Architectuur

Zo wordt je huis gebouwd om ooit weer uit elkaar te gaan

· 4 min leestijd

Als je binnenkort een nieuwbouwwoning koopt, krijg je misschien niet alleen een handleiding voor de vloerverwarming mee, maar ook een lijst met bouten en schroeven waarmee je huis ooit weer helemaal uit elkaar kan. Steeds meer Nederlandse woningen worden namelijk niet meer gebouwd om over vijftig jaar gesloopt te worden, maar om te worden gedemonteerd. Elk onderdeel eruit, gesorteerd, en opnieuw gebruikt in een volgend gebouw.

Wat demontabel bouwen precies inhoudt

Het idee is simpel: een gebouw ontwerpen alsof het ooit weer uit elkaar moet. Dat betekent geen lijm en geen gestort beton, maar schroefverbindingen en prefab elementen die je met een boormachine weer los krijgt. In Someren staat er inmiddels een demowoning die dit principe laat zien: een staalframe dat met hout en schroeven in elkaar zit in plaats van gelast of gelijmd. Je kunt zo'n huis in theorie letterlijk uit elkaar halen en ergens anders weer opbouwen, materiaal voor materiaal.

Voor architecten is dit een omslag in denken. Vroeger ontwierp je een gebouw dat zo lang mogelijk overeind moest blijven. Nu ontwerp je ook de dag dat het weer verdwijnt, en daar hoort een plan bij.

De regels worden dit jaar strenger

Dat deze aanpak nu versnelt, is niet toevallig. Voor nieuwe woningen geldt al langer een maximale milieuprestatiescore (MPG), maar sinds dit jaar moet die berekening op nieuwere, strengere data gebaseerd zijn. Volgens de milieulijst van RVO geldt een gebouw pas als circulair als het aan een van drie eisen voldoet: minstens 50 procent van het materiaal is hernieuwbaar, minstens 25 procent is hergebruikt, of het gebouw heeft een losmaakbaarheidsindex van ten minste 55 procent. Die laatste eis is precies waar demontabel bouwen om draait, en gemeenten en woningcorporaties rekenen er steeds vaker mee.

Nederland wil in 2030 de helft minder nieuwe grondstoffen gebruiken dan nu. Dat lukt niet met slopen en storten. Het lukt alleen als een gebouw zijn eigen materialen straks weer teruggeeft.

Een paspoort voor je bouwmaterialen

Om te weten wat er precies in een huis zit, werken bouwers en gemeenten aan het zogeheten materialenpaspoort: een digitaal document waarin staat welk materiaal waar zit, hoeveel ervan, en in welke staat. Handig als je over dertig jaar wilt weten of die gevelplaten nog geschikt zijn voor een nieuw project, zonder eerst alles open te moeten breken om het te controleren.

Verplicht is het paspoort nog niet. Onderzoekers pleitten daar al in 2020 voor, maar het kabinet besloot toen dat een wettelijke verplichting nog te vroeg kwam. In de praktijk duiken paspoorten inmiddels wel steeds vaker op bij grotere nieuwbouwprojecten, vooral omdat opdrachtgevers zelf om een hogere circulariteitsscore vragen.

Waarom hout en staal de winnaars zijn

Niet elk materiaal leent zich even goed voor demontage. Gestort beton is voor de bouwsector nog altijd de standaard, maar zodra het is uitgehard, zit het vast. Hout en staal werken andersom: ze laten zich schroeven, klikken en weer loshalen zonder dat het materiaal beschadigt. Dat verklaart voor een deel waarom massief houten woningen de laatste jaren zo snel terrein winnen. Hout is niet alleen duurzamer om te produceren, het is ook het materiaal waarmee een demontabel ontwerp het makkelijkst lukt.

Bij prefab elementen geldt hetzelfde voordeel. Een module die in de fabriek in elkaar is gezet en op de bouwplaats simpelweg wordt vastgeschroefd, kan er op dezelfde manier weer af. Dat is precies waarom prefab en demontabel bouwen elkaar in de praktijk zo vaak opzoeken.

Herbestemmen is het oude idee, demontabel bouwen het nieuwe

Nederland is al goed in het een tweede leven geven van gebouwen. Kijk maar naar hoe oude kerken en fabrieken tegenwoordig als woning dienen. Het verschil met demontabel bouwen is de volgorde: herbestemming redt een gebouw achteraf, demontabel bouwen regelt het al bij de tekentafel. Je hoeft dan niet meer te hopen dat een pand toevallig geschikt is voor iets nieuws, want dat zit al in het ontwerp ingebakken.

Beide bewegingen komen wel uit dezelfde gedachte: waarom slopen wat je ook opnieuw kunt gebruiken?

Wat dit betekent als je gaat bouwen of verbouwen

Koop je een nieuwbouwwoning, vraag dan gerust naar het materialenpaspoort en de losmaakbaarheidsindex van het project. Steeds meer ontwikkelaars kunnen die cijfers zo noemen, en het zegt iets over hoe toekomstbestendig je huis daadwerkelijk is. Ga je zelf verbouwen, kies dan waar mogelijk voor schroef- en boutverbindingen in plaats van lijm of mortel. Dat kost soms iets meer bij de bouw, maar scheelt aanzienlijk als je over tien jaar een muur wilt verplaatsen of een aanbouw wilt slopen.

Ook bij het optoppen van bestaande daken zie je dit principe al terug: veel opgezette verdiepingen zijn lichte, prefab modules die met bouten aan de bestaande constructie hangen, juist omdat een dak in de toekomst weer moet kunnen veranderen. Demontabel bouwen is daarmee geen ver toekomstbeeld meer. Het zit nu al in de woningen die om je heen verrijzen, je ziet het alleen niet aan de buitenkant.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias schrijft over architectuur en ruimtelijke oplossingen met de blik van iemand die beroepsmatig naar muren kijkt en zich afvraagt of ze er wel moeten staan. Als architect ziet hij mogelijkheden waar anderen muren zien, een eigenschap die begon op de architectuuropleiding waar hij leerde dat de beste oplossing vaak de eenvoudigste is. Zijn artikelen helpen je om anders naar je woning te kijken en het potentieel te zien dat je misschien over het hoofd ziet, van een onbenutte nis tot een gang die twee keer zo breed aanvoelt met de juiste truc. Ilias tekent al sinds hij een kleuter was, en het enige dat is veranderd is dat zijn tekeningen nu daadwerkelijk gebouwd worden. Hij schrijft vanuit de overtuiging dat goed wonen begint bij het begrijpen van je ruimte, en dat iedereen dat kan leren.