Rij langs de rand van Haarlem en je ziet het gebeuren: een compleet woonblok dat niet uit beton, maar uit hout wordt opgetrokken. Project Pasteur telt straks 179 huurwoningen, waarvan 158 gemaakt zijn van massief hout. Geen incident, maar het begin van iets groters. Door heel Nederland verrijzen dit jaar woongebouwen waarbij de betonmixer thuisblijft en de kraan houten panelen tilt in plaats van gestort beton.
Hout als bouwmateriaal is niet nieuw, maar de schaal wel. Waar houtbouw jarenlang het domein was van een enkele villa of een experimenteel project, verschijnen er nu hele wijken mee. En dat roept een logische vraag op: waarom nu, en is het wel net zo sterk als wat we gewend zijn?
Haarlem bouwt een hele wijk van hout
Project Pasteur in Haarlem is het duidelijkste voorbeeld. Bouwer Finch Buildings werkt samen met wooncorporatie Elan Wonen en aannemer HBB Groep aan 179 huurwoningen, waarvan 155 sociale huur en 24 in het middensegment. Van de 158 houten woningen zijn er in totaal 322 kant-en-klare houtmodules gebruikt, geproduceerd in een fabriek en op locatie in elkaar gezet als een soort volwassen Lego. De eerste woningen worden vanaf maart opgeleverd.
Het bijzondere is niet alleen het hout zelf, maar de manier van bouwen. Modules komen compleet met kozijnen, leidingwerk en zelfs sanitair de fabriek uit. Op de bouwplaats worden ze gestapeld en aangesloten. Dat scheelt weken, soms maanden, ten opzichte van traditioneel metselwerk.
Waarom hout ineens wint van beton
De belangrijkste reden is CO2. Betonproductie is verantwoordelijk voor een flink deel van de Nederlandse bouwuitstoot, terwijl hout tijdens zijn groei juist CO2 vastlegt. Een houten casco slaat die uitstoot dus letterlijk op in de muren van je woning in plaats van hem de lucht in te blazen.
Daarnaast telt het gewicht. Massief hout weegt een fractie van beton, waardoor er een lichtere bouwkraan nodig is en funderingen minder zwaar hoeven te worden uitgevoerd. Voor de bouwsector, die worstelt met personeelstekorten en stikstofregels, is snelheid bovendien goud waard. Prefab houtbouw kan sneller worden gemonteerd dan een traditionele constructie, met minder transportbewegingen naar de bouwplaats.
De Rijksoverheid speelt hier bewust op in. Met de Nationale Aanpak Biobased Bouwen wil het kabinet dat in 2030 minstens 30 procent van alle nieuwbouwwoningen met minstens 30 procent biobased materiaal wordt gebouwd, met hout als belangrijkste bouwsteen van die transitie. In het beleidsdocument lees je hoe de ministeries de markt daarvoor willen aanjagen, onder meer via aanpassing van wet- en regelgeving.
Woodstone in Heerhugowaard is nog groter
Als Haarlem je nog niet overtuigt, kijk dan naar Woodstone in Heerhugowaard. Bouwbedrijf De Nijs werkt hier samen met houtbouwer Hamlet aan vijf woongebouwen, ontworpen door architectenbureaus Boparai en Mecanoo. Eén toren telt straks twaalf verdiepingen, de andere vier zes verdiepingen. Voor een houten gebouw is dat een serieuze hoogte.
Dat dit soort hoogbouw in hout mogelijk is, komt deels doordat eerdere projecten zoals het Amsterdamse Haut al hebben bewezen dat een hybride constructie van beton en massief hout stabiel genoeg is voor gebouwen van meerdere verdiepingen. Die opgedane ervaring maakt investeerders en gemeenten minder terughoudend om het opnieuw te proberen, en dan meteen groter.
Is hout wel net zo sterk als beton
De meest gestelde vraag over houtbouw gaat over veiligheid. Kan een woontoren van hout wel tegen brand, en houdt het net zo lang mee als beton? Het antwoord ligt genuanceerder dan je zou denken. Cross Laminated Timber, de kruislaags verlijmde houtplaten die in de meeste van deze projecten worden gebruikt, verkoolt bij brand aan de buitenkant, maar die verkoolde laag beschermt juist de kern eronder. Daardoor gedraagt CLT zich bij brand voorspelbaarder dan menig staalconstructie, die juist snel kan bezwijken bij hoge temperaturen.
Wel is er nog werk aan de winkel op het gebied van regelgeving. Dit jaar verschijnt de NTA 8230 over biobased bouwen, met een apart deel over brandveiligheid bij gestapelde houtbouw. Die norm moet bouwers en gemeenten meer houvast geven, want tot nu toe werd elk project een beetje op eigen kracht uitgevonden.
Wie meer wil weten over hoe bestaande gebouwen een tweede leven krijgen in plaats van gesloopt te worden, vindt dat terug in ons artikel over herbestemde kerken en fabrieken. Ook daar draait alles om bouwen met minder nieuwe grondstoffen.
Past hout ook bij de Nederlandse bouwstijl
Een terechte zorg is of al dat hout niet gaat aanvoelen als een Scandinavische import die niet bij Nederland past. Toch valt dat mee. Veel van de nieuwe houtbouwprojecten combineren het materiaal juist met herkenbare Nederlandse vormen: zadeldaken, bakstenen plinten en rijtjeswoningen die qua silhouet niet veel afwijken van hun betonnen buren. Het is dus niet zozeer een nieuwe stijl, als wel een nieuwe manier om een vertrouwde stijl te bouwen.
Diezelfde beweging zie je terug bij andere bouwtrends die opnieuw naar traditionele materialen grijpen. Denk aan de herontdekking van de Kempische schuurwoning, of de terugkeer van natuurlijke afwerkingen zoals leemverf op binnenmuren. Steeds vaker kiezen architecten voor materialen die ademen, verouderen en op termijn weer opgaan in de kringloop, in plaats van voor eeuwig hetzelfde te blijven.
Wat dit betekent voor jouw volgende verbouwing
Ga je zelf niet meteen een houten flat bouwen, maar wil je wel meeliften op de trend? Kijk dan verder dan alleen nieuwbouw. Steeds meer aannemers bieden houtskeletbouw aan voor aanbouwen, dakopbouwen en zelfs volledige renovaties. Het bouwt sneller, isoleert vaak beter dan een spouwmuur uit de jaren zeventig, en je krijgt er een lager energielabel bij cadeau.
En mocht je over een paar jaar in een van die Haarlemse of Heerhugowaardse houtwoningen wonen: je woont dan letterlijk in een gebouw dat CO2 heeft vastgelegd in plaats van uitgestoten. Dat is geen marketingtruc, maar scheikunde. Nederland gaat de komende jaren nog veel meer van dit soort gebouwen zien, en de kans is groot dat de volgende nieuwbouwwijk bij jou in de buurt er ook zo eentje wordt.