Travel

Dit hotel boek je niet om te slapen, maar om het gebouw

· 4 min leestijd

Je boekt een hotelkamer, maar eigenlijk boek je een gebouw. Dat is de kern van een trend die reisplatforms voor 2026 signaleren: de kamer zelf wordt bijzaak, het pand waar je slaapt is de hoofdreden om te gaan. Bijna de helft van de reizigers kiest een verblijf vanwege de architectuur en het ontwerp, niet vanwege het zwembad of de ligging. Voor wie interieur en architectuur volgt, is dat geen schokkend nieuws. Opvallend is wel hoe snel de hotelbranche erop inspeelt.

Het gebouw wordt de reden om te boeken

Reisonderzoek laat al een paar jaar dezelfde beweging zien: korte trips van één of twee nachten groeien sneller dan de klassieke lange vakantie. Reizigers kiezen bewuster, en steeds vaker voor een plek met een verhaal. Een herbestemde kerk, een oude fabriekshal of een pand met een duidelijk verleden trekt sneller dan een standaard ketenhotel langs de ringweg.

Nederland speelt daarin mee. In Zwolle opent Hotel Flores, een samenwerking met interieurmerk Anna + Nina, in september dit jaar zijn deuren. Het is precies het type hotel waar gasten niet komen voor de minibar, maar voor de styling en het gebouw zelf. Heritage hotels zoals Château Neercanne bij Maastricht of Landgoed Duin & Kruidberg bestaan al langer, maar ze krijgen er nu gezelschap bij van een jongere generatie panden die bewust om hun architectuur worden geboekt.

Oude kerken en kantoren krijgen een kamernummer

De herbestemming van bijzondere gebouwen is intussen een trend op zich, en dat zie je ook terug buiten de hotelwereld. We schreven al over hoe oude kerken en fabrieken de nieuwe droomwoning worden, en dezelfde logica werkt in de hospitality. Guesthouse Vertoef in Nijmegen bijvoorbeeld zat vroeger in een kantoorpand en is nu een gastenverblijf met werkplekken en eigen karakter. Het idee is steeds hetzelfde: een gebouw met geschiedenis geeft een verblijf iets wat je met nieuwbouw niet kunt kopen.

Voor gasten betekent dit dat de vraag "waar overnacht ik" langzaam verschuift naar "in wat voor gebouw overnacht ik". Dat is dezelfde verschuiving die al in woonkamers te zien is: mensen willen ergens zijn dat een verhaal heeft, geen anoniem interieur. Reisonderzoekers noemen dit soort reizigers wel glowmads, een jongere generatie die een trip vooral kiest op gevoel en uitstraling in plaats van op prijs per nacht. Zij zijn het die een herbestemd pand sneller delen dan een gewone hotelkamer, en daarmee duwen ze de hele markt in die richting.

Bouwen met wat er al stond

Naast herbestemming wint circulair bouwen terrein in de hotelwereld. Hotel Jakarta in Amsterdam is daar het bekendste Nederlandse voorbeeld van: het pand combineert hergebruikte materialen uit sloopprojecten met een energieneutraal ontwerp op basis van warmte- en koudeopslag en zonnepanelen. Delen van het interieur komen letterlijk uit andere gebouwen die zijn afgebroken. Wie zich in het principe wil verdiepen, kan terecht op de Wikipedia-pagina over de circulaire economie, waar de drie strategieën (hergebruik, demontabel bouwen en biobased materialen) helder worden uitgelegd.

Deze aanpak vraagt meer van architecten en opdrachtgevers dan een standaard nieuwbouwproject, maar het resultaat voelt voor gasten anders aan. Een vloer met een geschiedenis, een balk die ooit ergens anders stond: het geeft een ruimte een laag die je er niet in kunt verven.

Natuur naar binnen, techniek naar de achtergrond

Een tweede lijn in hospitality-ontwerp draait om rust: minder prikkels, meer natuurlijke materialen, techniek die zoveel mogelijk onzichtbaar blijft. Hout, steen, linnen en planten komen terug in lobby's en kamers, net als grote ramen die binnen en buiten laten samensmelten. We zagen dezelfde beweging al eerder bij hotels die mos op de muur hangen voor geluiddemping en een groener gevoel, en bij de thuisversie daarvan in de vorm van soft tech, waarbij technologie zoveel mogelijk wordt weggewerkt.

In hotels gaat die logica nog een stap verder. Lobby's worden flexibele ruimtes die overdag dienen als werkplek en 's avonds als ontmoetingsplek, met meubels die makkelijk verplaatsbaar zijn. Het doel is steeds hetzelfde: een omgeving waarin je hoofd tot rust komt zodra je binnenloopt, zonder dat je daar bewust bij stilstaat.

Wat dit betekent voor jouw volgende boeking

Deze trend verandert waar je op moet letten bij het kiezen van een verblijf. Een sterrenclassificatie zegt weinig over of een gebouw je iets te vertellen heeft. Kijk daarom verder dan de foto's van de kamer: zoek op of een pand een voorgeschiedenis heeft, of er met hergebruikte materialen is gewerkt, en hoe de architect met licht en natuurlijke materialen is omgegaan. Steden als Amsterdam, Zwolle en Nijmegen laten zien dat dit geen ver-weg-trend is, maar iets dat nu al om de hoek te boeken is.

Een paar concrete vragen helpen bij het kiezen: staat er iets over de bouwgeschiedenis van het pand op de website van het hotel, worden er materialen genoemd die uit een ander gebouw komen, en praat de beschrijving over het gevoel van de ruimte in plaats van alleen over voorzieningen. Hoe meer van die signalen aanwezig zijn, hoe groter de kans dat je straks in een gebouw slaapt dat zelf het verhaal is, in plaats van in een kamer die overal hetzelfde had kunnen zijn.

Wie thuis al van interieur en architectuur houdt, heeft met deze ontwikkeling een extra reden om op reis te gaan: niet alleen voor de bestemming, maar voor het gebouw waar je slaapt.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias schrijft over architectuur en ruimtelijke oplossingen met de blik van iemand die beroepsmatig naar muren kijkt en zich afvraagt of ze er wel moeten staan. Als architect ziet hij mogelijkheden waar anderen muren zien, een eigenschap die begon op de architectuuropleiding waar hij leerde dat de beste oplossing vaak de eenvoudigste is. Zijn artikelen helpen je om anders naar je woning te kijken en het potentieel te zien dat je misschien over het hoofd ziet, van een onbenutte nis tot een gang die twee keer zo breed aanvoelt met de juiste truc. Ilias tekent al sinds hij een kleuter was, en het enige dat is veranderd is dat zijn tekeningen nu daadwerkelijk gebouwd worden. Hij schrijft vanuit de overtuiging dat goed wonen begint bij het begrijpen van je ruimte, en dat iedereen dat kan leren.