Travel

Waarom hotels steeds vaker mos op de muur hangen

· 6 min leestijd

Wie tegenwoordig een hotelkamer boekt, kijkt niet meer alleen naar de prijs of de ligging. Steeds meer reizigers kiezen bewust voor een hotel om de ruimte zelf: het licht, de materialen, het gevoel dat een lobby met je doet. Ontwerpers noemen dit biofiel ontwerp, en de hospitality-sector omarmt het in 2026 sneller dan ooit. Mosmuren, gevlochten rieten wanden, natuurlijk hout en het geluid van stromend water zijn niet langer een curiositeit in een enkel boetiekhotel, maar het uitgangspunt van complete nieuwbouwprojecten.

Het interessante is dat je deze trend niet per se hoeft op te zoeken op een verre bestemming. Wat hotelontwerpers ontdekken over hoe een ruimte rust oproept, kun je grotendeels vertalen naar je eigen woonkamer of slaapkamer.

Waarom hotels ineens zo veel groen binnenhalen

De gedachte achter biofiel ontwerp is simpel: mensen voelen zich beter in ruimtes die verwijzen naar de natuur, ook als die natuur nagebootst is. Onderzoek naar biofiel ontwerp laat zien dat blootstelling aan natuurlijke elementen, zoals daglicht, planten en organische vormen, stress meetbaar kan verlagen. Voor hotels is dat goud waard: een gast die zich ontspant, blijft langer, boekt sneller terug en deelt eerder een foto van zijn kamer. Wat begon met een enkele plant op de balie is uitgegroeid tot complete gevels van mos, houten lamellenplafonds en badkamers met een uitzicht dat de grens tussen binnen en buiten opheft. Hotels als Ikos Kissamos op Kreta bouwen zelfs hun hele concept rond honderden hectares tuin, zodat gasten nooit ver van groen zitten.

Mos op de muur is meer dan decoratie

Een van de opvallendste materialen dit jaar is geprepareerd mos: het houdt zijn kleur en structuur jarenlang zonder water of licht, en dempt bovendien geluid. Voor hotellobby's is dat een uitkomst, maar het werkt net zo goed in een studeerkamer of achter de bank in je woonkamer. Een enkel paneel van 60 bij 40 centimeter kost al gauw 80 tot 150 euro, maar je hoeft geen hele wand vol te hangen om het effect te voelen. Al een klein vlak naast een spiegel of boven een bureau breekt de kille hoeken van een kamer. Wil je liever iets dat je zelf onderhoudt? Combineer dan een paar grote bladplanten met een houten plantenrek in plaats van kunststof potten. Wil je meer weten over natuurlijke materialen in huis? Lees ook ons artikel over leemverf, dat om dezelfde reden populair is: het reguleert vocht en voelt zachter aan dan een gladde muur.

Het gaat niet alleen om hoe het eruitziet

Wat 2026 anders maakt dan eerdere jaren, is dat ontwerpers verder kijken dan alleen het beeld. Geluid, geur en textuur worden nu net zo serieus meegenomen. Een lobby met een subtiele geur van ceder, een fonteintje op de achtergrond en ruwe, textiele oppervlakken voelt anders aan dan een ruimte die er alleen groen uitziet op foto's. Thuis vertaalt zich dat naar keuzes die verder gaan dan een plant op de vensterbank. Denk aan een houten kralengordijn in plaats van een strakke deur, een linnen plaid met een merkbare structuur, of gewoon het geluid van een klein tafelfonteintje in een hoek van de kamer. Kleine ingrepen, maar ze maken een ruimte tastbaarder. Ook zachte, technologie-vrije hoeken passen in dit verhaal: check onze uitleg over de soft tech trend als je schermen en kabels liever wegwerkt in plaats van showt.

Locatie bepaalt steeds vaker het ontwerp

Een tweede verschuiving in de hotelwereld: architecten laten een gebouw steeds vaker de omgeving weerspiegelen in plaats van een universeel concept overal ter wereld te herhalen. Een hotel aan de Costa Blanca krijgt Mediterrane materialen en kleuren, een hotel in de bergen juist grove natuursteen en donker hout. Geografie wordt het uitgangspunt, niet de afterthought. Dat principe is ook thuis bruikbaar. In plaats van een trendkleur klakkeloos over te nemen, kun je kijken naar wat past bij het licht en de ligging van je eigen huis. Een noordkamer met weinig zon vraagt om warmere, zandige tinten. Terracotta, olijfgroen en zandkleuren doen het dit jaar toevallig ook goed in Nederlandse woonkamers, zoals we eerder beschreven in dit artikel over aardse kleuren, en die combinatie sluit naadloos aan bij de biofiele richting.

Wat je hiervan kunt meenemen naar je eigen huis

Je hoeft niet naar Kreta of Rioja te vliegen om te ervaren wat deze trend met een ruimte doet. Begin klein: vervang één plastic object door iets van hout, riet of steen. Zet een plant op ooghoogte in plaats van alleen op de grond, zodat je hem echt ziet zitten vanaf de bank. En let op geluid: een dikke wollen vloerkleed of een vilten wandpaneel dempt net zo goed als het mooi oogt. Het grootste verschil tussen een hotelkamer die rust uitstraalt en een woonkamer die dat niet doet, zit zelden in het budget. Het zit in de keuze om materialen te laten voelen zoals ze eruitzien, en om de natuur niet als accessoire te behandelen maar als vertrekpunt.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias schrijft over architectuur en ruimtelijke oplossingen met de blik van iemand die beroepsmatig naar muren kijkt en zich afvraagt of ze er wel moeten staan. Als architect ziet hij mogelijkheden waar anderen muren zien, een eigenschap die begon op de architectuuropleiding waar hij leerde dat de beste oplossing vaak de eenvoudigste is. Zijn artikelen helpen je om anders naar je woning te kijken en het potentieel te zien dat je misschien over het hoofd ziet, van een onbenutte nis tot een gang die twee keer zo breed aanvoelt met de juiste truc. Ilias tekent al sinds hij een kleuter was, en het enige dat is veranderd is dat zijn tekeningen nu daadwerkelijk gebouwd worden. Hij schrijft vanuit de overtuiging dat goed wonen begint bij het begrijpen van je ruimte, en dat iedereen dat kan leren.