Een paar jaar geleden was energieneutraal bouwen het hoogst haalbare: een huis dat precies zoveel opwekt als het verbruikt. Dat is inmiddels de norm bij nieuwbouw in Nederland. De lat ligt nu hoger. Steeds meer projecten mikken op energiepositief: huizen die over een jaar gerekend méér stroom leveren dan de bewoners nodig hebben. Geen bijzaak meer voor een handjevol koplopers, maar het nieuwe uitgangspunt bij ontwerpen.
Wat dat in de praktijk betekent, is meer dan alleen extra zonnepanelen op het dak. Het gaat om een andere manier van bouwen, waarbij de gevel, de isolatie en de installaties samen één systeem vormen.
Van energieneutraal naar energiepositief
Het verschil klinkt klein, maar is fundamenteel. Een energieneutraal huis heeft een jaarrekening van nul: wat je in de winter aan gas of stroom bijkoopt, wek je in de zomer weer op. Een energiepositief huis gaat daaroverheen. Het levert een overschot, dat terug het net op gaat of in een eigen batterij belandt.
Dat overschot is geen toeval. Architecten rekenen tegenwoordig van tevoren uit hoeveel een dak, gevel en installatie gezamenlijk kunnen opwekken, en ontwerpen daar bewust op. Driedubbel glas, een warmtepomp gekoppeld aan een bodemenergiesysteem en geautomatiseerde zonwering zijn daarbij geen extra's meer, maar standaard onderdeel van het bouwplan.
De gevel wordt een tweede dak
Bij veel woningen ligt het dak inmiddels vol met panelen, en daar houdt de ruimte vaak op. Wie toch meer wil opwekken, kijkt naar de gevel. In de Leidse Merenwijk liet bewoner Frans van Beek zijn achtergevel bekleden met 18 verticale zonnepanelen toen de oude gevelbeplating toch aan vervanging toe was. Ze wekken samen een derde van het energieverbruik van zijn huishouden op, precies op de momenten dat een dak dat niet doet: vroeg in de ochtend en laat in de avond, wanneer de zon laag staat.
Die combinatie van dak en gevel geeft een veel gelijkmatiger opbrengst over de dag. Een dak levert zijn piek rond het middaguur, een oostgevel in de ochtend en een westgevel aan het einde van de dag. Voor een huishouden dat 's ochtends en 's avonds de meeste stroom gebruikt, sluit die spreiding precies aan op het eigen verbruik in plaats van alles in één piek te dumpen.
Niet alleen techniek, ook esthetiek
Wie nu aan zonnepanelen op een gevel denkt, ziet waarschijnlijk nog blauwzwarte platen tussen de bakstenen. Dat beeld klopt niet meer. Fabrikanten leveren gevelintegratie inmiddels in verschillende kleuren en patronen, waardoor panelen kunnen opgaan in het gevelontwerp in plaats van eroverheen geplakt te worden. Voor architecten die net zo veel om de uitstraling geven als om de energierekening, is dat precies waarom deze techniek nu pas echt loskomt.
Toch is grootschalige toepassing bij woningbouw nog relatief zeldzaam. Standaard paneleninstallateurs zijn ingericht op grote bedrijfsdaken in één keer volleggen, niet op maatwerk aan een enkele woninggevel. Wie nu voorop wil lopen, heeft vaak een gespecialiseerde partij nodig en wat geduld.
Circulair bouwen hoort er steeds vaker bij
Energiepositief bouwen staat zelden op zichzelf. Bij een groeiend deel van deze projecten gaat het ook om materialen die herbruikbaar of demonteerbaar zijn: houtskeletbouw in plaats van beton, isolatie op basis van vlas of houtvezel, en constructies die uit elkaar te halen zijn zonder alles te slopen. Wil je weten hoe dat er in de praktijk uitziet? In ons artikel over massief houtbouw lees je waarom steeds meer architecten voor hout kiezen in plaats van beton.
Ook hergebruik van bestaande panden past in dat plaatje. Een leegstaande kerk of fabriekshal ombouwen tot woning kost vaak minder nieuwe grondstoffen dan iets volledig nieuws optrekken, en levert bovendien een gebouw met karakter op. We schreven er eerder over in ons artikel over herbestemde kerken en fabrieken.
Waarom dit ook in bestaande wijken opduikt
Nieuwbouw is de makkelijkste plek om energiepositief te ontwerpen, simpelweg omdat je bij nul begint. Maar de aanpak sijpelt ook door naar bestaande steden, waar weinig ruimte is voor volledig nieuwe wijken. Daken die toch al vervangen moeten worden, worden meteen benut voor extra opwek of zelfs voor een extra bouwlaag. Dat sluit aan op een trend die we al zagen bij optoppen, waarbij Nederlandse daken de nieuwe bouwgrond worden: als er geen grond bijkomt, wordt alles wat er al staat opnieuw benut.
Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zijn vooral gebouwen met een vol dak of een dak dat ongeschikt is voor panelen, kansrijk voor deze gevelaanpak, net als gebouwen waarvan de eigenaar bewust voor een duurzame uitstraling kiest.1 Voor bestaande wijken is dat precies het scenario waar de meeste huizen in zitten.
Wat dit betekent voor je eigen verbouwplannen
Ga je zelf bouwen of ingrijpend verbouwen, dan is dit het moment om verder te kijken dan een paar extra panelen op het dak. Vraag je architect of installateur wat er mogelijk is aan de gevel, vooral als die toch al aan vervanging toe is. Denk ook na over de richting van je woning: een oost-westgevel levert bij deze aanpak meer op dan een blinde noordkant.
Het is geen goedkope ingreep en zeker geen weekendklus, maar de richting is duidelijk. Wat een paar jaar geleden nog gold als ambitieus, geldt over een paar jaar als standaard. Wie nu al met opwek, isolatie en materiaalkeuze als één geheel ontwerpt, bouwt een huis dat niet over vijf jaar alweer achterhaald aanvoelt.